1782

 

De Atlantische Oceaan wordt druk bevaren door schepen uit Spanje, Portugal, Groot-Brittannië en de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Allemaal volgen ze hetzelfde traject. Volgestouwd met wapens, drank en textiel zijn ze op weg naar de kust van West-Afrika. Daar gebruiken ze hun lading om slaven te kopen. Vervolgens gaan de schepen richting het Caraïbisch gebied, aan de overkant van de oceaan. De slaven worden er verkocht aan plaatselijke slavenhouders, die ze nodig hebben om op hun plantages te werken. Met de opbrengst wordt suiker, koffie, katoen, cacao of tabak gekocht. Daarna vertrekken de schepen met hun kostbare lading weer naar hun thuishaven.

 

Deze driehoekshandel is nooit zonder risico’s. Maar de Nederlandse schepen lopen extra gevaar, omdat de Republiek der Verenigde Nederlanden in oorlog is met Groot-Brittannië. De Britten voeren strijd met hun opstandige koloniën in Noord-Amerika, maar de Republiek blijft handeldrijven met de rebellen. Ze levert hun wapens en buskruit. Daarom hebben de Britten de Nederlanders de oorlog verklaard. Hun slavenschepen zijn niet alleen elkaars concurrenten, maar ook elkaars vijanden.

 

Kortom, de Atlantische Oceaan is een gevaarlijke plek. Ook voor het Nederlandse slavenschip Volle Maen van de Middelburgse Commercie Compagnie.