Deze kaart, die ook werd gebruikt voor het binnenwerk van het boek, toont helemaal bovenaan het kleine eiland Waterdunen, rond het jaar 1300. Het ligt geklemd tussen zijn grote buren Wulpen en Koezand. Alle drie zijn ze eeuwen geleden onder de golven verdwenen.

 

Bron: 'Waterdunen, een vergeten stad in Zeeuws-Vlaanderen' door Willy Buntinx, uitgegeven door het Oostvlaams Verbond van de kringen voor geschiedenis in 1969.

Fragment uit het nawoord:

 

Eind 1356 stak opnieuw een zware storm op, die dagenlang, tot in het nieuwe jaar, de kustlijn van Vlaanderen teisterde. Het was de eerste van een lange reeks, en in het laatste kwart van de veertiende eeuw zou de Noordzee steeds agressiever worden. Waterdunen was toen al zo verzwakt dat het geen partij meer was voor de huizenhoge golven. Zo’n honderd jaar eerder hadden de golven en de stroming uit de zee een nieuw eiland laten groeien. Nu namen ze terug wat ze eerder hadden gegeven. Rond 1375 verdween het eiland Waterdunen in de geschiedenis.

            In de eeuwen die volgden, is de kustlijn van het huidige Zeeuws-Vlaanderen onafgebroken gewijzigd. Zandbanken en eilanden, slikken en schorren kwamen en gingen, waardoor de stromingen steeds veranderden. Vandaag is er geen spoor meer van Waterdunen terug te vinden. Geen enkele zandbank of verhevenheid op de bodem wijst erop dat er ooit een eiland is geweest. Waar Waterdunen lag – niemand weet trouwens de precieze plaats – mondt nu de Westerschelde uit in de Noordzee.