1.

 

‘Hoe was het op school?’

Billy gooide zijn boekentas met een klap op de grond. Hij gromde iets onverstaanbaars terwijl hij zijn moeder voorbijliep en in de woonkamer verdween.

‘Ben je doof geworden?! Hoe was het op school?’ riep zijn vader hem na.

‘Niks bijzonders’, antwoordde Billy, eveneens roepend. ‘Hetzelfde als elke dag. Saai. Vervelend. Klote!’

Hij ging aan het bureautje zitten en zette de computer aan.

‘Billy zet de computer aan!’ gilde zijn zus die uit de diepte van de bank voor de televisie tevoorschijn was gesprongen. ‘Dat mag hij niet! Het is vrijdag en dan mag ík op de computer spelen!’

‘Natuurlijk, lieverd’, suste moeder. Met een boze blik en een dreigende vinger dwong ze Billy de computer weer uit te zetten. ‘Je kent de regels! Vandaag is het de beurt aan je zus.’

‘Maar ze is televisie aan het kijken!’

‘Je hoort wat ik je zeg!’

‘Ik weet niet wat er met die jongen aan de hand is’, bromde vader vanuit de keuken. ‘De laatste dagen valt er geen land meer met hem te bezeilen. Heeft hij misschien problemen op school?’

Moeder trok de keukendeur achter zich dicht. Billy’s zus stak uitdagend haar tong naar hem uit en nestelde zich opnieuw tussen de kussens. Ze zette de televisie luider. De stemmen uit de keuken klonken gedempt maar ze waren duidelijk verstaanbaar.

‘Niet voor zover ik weet’, hoorde Billy zijn moeder antwoorden. ‘Ik zag gisteren toevallig zijn leraar wiskunde in het warenhuis, en die heeft er toch met geen woord over gerept.’

‘Liefdesverdriet?’ opperde vader. ‘Je weet hoe dat gaat, vandaag de dag. Die jongelui willen allemaal zo snel mogelijk een liefje. Ze willen niet voor elkaar onderdoen. En als ze dan een blauwtje lopen, zijn ze niet meer om aan te spreken.’

Billy krulde zijn bovenlip vol minachting. Meisjes. Pf! Alsof hij zich daarmee zou inlaten. Zo snel liet hij zich niet door de anderen beïnvloeden!

Maar die gedachte keerde onmiddellijk als een boemerang terug in zijn richting. De bureaustoel waarop hij rondjes had zitten draaien, kwam tot stilstand. Zijn zus keek even op van haar televisieprogramma maar besteedde verder geen aandacht aan hem.

Pork had hem die middag makkelijk gevonden. Nochtans had hij geprobeerd zich onzichtbaar te maken zodra hij die bullebak in de verte op de speelplaats had opgemerkt. Pork was een hoofd groter en minstens tien kilo zwaarder dan zijn klasgenoten. Hij was ook een jaar of twee ouder. Hij zat in hetzelfde jaar als Billy maar in een andere klas. Iedereen op de school kende hem. De meesten meden hem zoveel mogelijk, met een mengeling van minachting voor zijn schoolprestaties en ontzag voor zijn lef en zijn grote bek. Alleen een paar zwakke figuren drentelden altijd om hem heen. Meelopers.