De lezingen over de kinderboeken zijn in de eerste plaats een gezellige boel, waar de fantasie van de leerlingen voor een uitbundige sfeer (en soms zelfs een lichte maar gestructureerde chaos) zorgt.

 

De lezingen zijn dus erg interactief, en de leerlingen worden er heel sterk bij betrokken. 

 

Er zijn twee doelgroepen

 

Een lezing voor de eerste graad van het lager onderwijs houdt een vertelling van het verhaal 'Piratenconfituur' in. Het verhaal wordt dus niet voorgelezen maar verteld, waarbij de leerlingen steeds aangemoedigd worden om hun fantasie te gebruiken en het verhaal mee gestalte te geven. De vertellingen gebeuren bij voorkeur in een zithoek, of in een grote cirkel waarbij de kinderen rondom de auteur zitten. Het gaat er dus heel informeel aan toe.

 

Benodigde materialen: geen

 

Een lezing voor de derde graad van het lager onderwijs gaat over het wordingsproces van een verhaal, waarbij de verschillende jeugdboeken van de auteur als voorbeeld genomen worden. Regelmatig worden fragmenten voorgelezen of verteld. De leerlingen komen te weten hoe een schrijver langzaam zijn verhaal vormt, welke hindernissen hij daarbij moet overwinnen en waar hij zijn inpiratie zoal haalt. Samen beginnen we aan een nieuw verhaal, waarbij de leerlingen aangemoedigd worden om hun verbeelding te gebruiken en een creatieve verhaallijn uit te werken. De klemtoon ligt ook hier in de eerste plaats op het aanwakkeren van de fantasie!

 

Benodigde materialen: een bord of flip-over.