De legende van de spooksoldaat

 

 

Niemand kon zich nog herinneren waar het verhaal vandaan kwam, of wanneer het voor het eerst was verteld. Het was dan ook een oud verhaal.

   Het spook werd nog maar heel af en toe gezien. Meestal gebeurde dat in de donkerste wintermaanden. Het verscheen in de bossen die de heuvels bedekten, maar soms dook het verder weg op, in de Demervallei zelf, tussen het riet en de knotwilgen. Vaak vertoonde het zich jaren niet.

   Er circuleerden verschillende versies van de legende. Nu eens was het de geest van een Spaanse edelman, dan weer van een Waal of een Schotse huurling. Zijn lichaam was opgeslokt door het moeras, of lag verstopt onder een dunne laag bladeren aan de voet van de Galgenberg. Soms was hij een ervaren vechtersbaas geweest, en soms een lafaard. Maar uiteindelijk kwamen de vertellingen altijd op hetzelfde neer: een soldaat uit een verre streek was lang geleden vermoord en zijn geest zwierf nog altijd rond, op zoek naar de dader.

   Toegegeven, er werden wel meer van dergelijke verhalen verteld in de streek. Dat was ook niet verwonderlijk: de donkere Demer kronkelde er door een drassig en verlaten landschap dat reizigers misleidde en verraste, en hen daarna bij de enkels vastgreep en niet meer losliet. Niet zelden verdween een verdwaalde ziel onder de oppervlakte, zonder zelfs maar een spoor na te laten. In de zomermaanden lonkten de dwaallichten, en wanneer de nachten kouder en langer werden, trok de Demervallei zich terug in nevel en mist. Er was weinig verbeelding nodig om spoken te zien in dit moerassige gebied.

   Het was geen toeval dat een buitenlandse soldaat de hoofdrol speelde in de legende. Zo lang als de bewoners het zich konden herinneren, zwierven er groepjes militairen en huurlingen rond, met hellebaarden en pieken die metershoog in de lucht staken. De verhalen over hun gruweldaden werden met gedempte stem verteld, want ze waren niet geschikt voor jonge oren. En zodra de duisternis viel, werden deuren en ramen nog altijd zorgvuldig vergrendeld. Iedereen bad dat de plunderaars, de verkrachters en de brandstichters elders zouden toeslaan.

   Toch verschilde de legende van de spooksoldaat van de vele andere vertellingen over onrustige zielen die in de vallei ronddwaalden. Ze eindigde namelijk altijd met de woorden dat hij zou terugkeren om wraak te nemen op zijn moordenaar. De verschillende versies waren het zelfs eens over hoeveel jaar na zijn dood dit zou gebeuren. Maar omdat niemand enig idee had wanneer de soldaat uit het verhaal was omgebracht, bleef het een raadsel wanneer hij precies zou toeslaan.