Voorwoord

 

 

In de vroege ochtend van 24 december 1944 stegen zesentwintig bommenwerpers op van de luchtmachtbasis in Shipton Heath, in het Engelse graafschap Norfolk. Op zich was dat niets bijzonders. Al meer dan twee jaar vlogen Amerikaanse vliegtuigen af en aan, en de bemanningsleden waren vertrouwde klanten in The King’s Head en de vele andere pubs in het dorp.

      Sommige bewoners van de boerderijen in de buurt waren al wakker toen de wielen van de eerste B-24 Liberator loskwamen van de startbaan. Gezichten keken op naar de vliegtuigen, die traag en zwaar en met brullende motoren omhoogklommen in het eerste licht van de dag.

        De zesentwintig Liberators van Shipton Heath maakten deel uit van wat de grootste luchtaanval op Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog zou worden. In totaal zond het Amerikaanse opperbevel die dag meer dan tweeduizend bommenwerpers naar de vijand, om vliegvelden en andere strategische doelen uit te schakelen. Om ze te beschermen tegen de Duitse aanvallen in de lucht werd een escorte van honderden jachtvliegtuigen meegestuurd, de zogenaamde little friends.

        De weersomstandigheden waren goed. Dankzij een hogedrukgebied boven Zuidoost-Duitsland was de hemel daar wolkeloos. De bommenrichters zouden hun doelen gemakkelijk kunnen vinden.   

        De Duitse luchtafweerkanonnen schoten eind 1944 nauwkeuriger dan ooit, maar de Duitse luchtmacht was al grotendeels uitgeschakeld. Bovendien konden de vijandelijke jagers niet lang in de lucht blijven, want Duitsland had een nijpend tekort aan benzine. 

         Kortom, de Amerikaanse bemanningen die op de dag voor Kerstmis 1944 in Shipton Heath opstegen, hadden er goede hoop op dat ze ook deze missie zouden overleven.